Voor een Rijker leven

Het baanbrekende onderdeel van het verkiezingsprogramma van de politieke partij BALANS23 over wonen, inkomen en vermogen voor alle Nederlanders, vooral mensen die dat het hardste nodig hebben.

In Nederland groeit de kloof tussen arm en rijk. Dit heeft niet alleen te maken met inkomen, maar ook met bezit, bijvoorbeeld het hebben van een eigen woning. De huidige politiek blijft hangen bij discussies over het wel of niet afschaffen van de hypotheekrenteaftrek of het verhogen van belastingen voor de rijken. Ze komen echter niet met een oplossing zodat mensen met een lager inkomen ook vermogen kunnen opbouwen.

Als je de kloof wil dichten door de rijken extra te belasten en de armen arm te houden, vertrekken de rijken uiteindelijk en blijven de armen met lege handen achter. De overheid verliest dan belastinginkomsten, waardoor er minder geld is om te helpen. Dat is een neerwaartse spiraal die we moeten voorkomen.

BALANS23 heeft een plan om mensen met een lager inkomen juist rijker te maken, zonder extra belastingen of nadelige effecten voor anderen. 

Welkom bij de Woon-Bank!

Kern van het plan

  • Bouwen van 1 miljoen nieuwe woningen.

  • Financiering van 1 miljoen nieuwe huizen via een nieuwe staatsbank: De Woon-Bank.

  • Stimuleren van eigen woningbezit: circa 3 miljoen huishoudens (meer dan 6 miljoen mensen) krijgen kans om vermogen op te bouwen en ook op termijn steenrijk te worden.

  • Belastingen omlaag en tegelijk staatsschuld omlaag.

  • Huishoudens vergroten hun vermogen collectief met gemiddeld meer dan €100.000,-.

  • Vermogensverschillen worden eerlijk verkleind: door opbouw voor niet-vermogende gezinnen, niet door herverdeling.

Het probleem vandaag

  1. Er zijn te weinig woningen.

  2. Vermogen van te veel gezinnen is te laag.

  3. Inkomen van te veel gezinnen is te laag.

  4. Belastingen zijn onnodig hoog en moeten omlaag.

De oplossing van BALANS 23

  1. Nieuwe financiële wet- en regelgeving.

  2. Oprichting De Woon-Bank, in het begin als staatsdeelneming.

  3. Introductie van LPI (Levensprijsindex) in plaats van CPI (Consumentenprijsindex)

  4. Massale woningbouw.

  5. Verkoop van corporatiehuurwoningen aan bewoners tegen eerlijke voorwaarden.

  6. Vermogensgroei door eigendom en prijsstijging van woningen.

De gevolgen

  • Toekomst waarin burgers financieel sterker, onafhankelijker, rijker, gezonder en gelukkiger worden.

Tijdspad

  • Uitvoering in twee, maximaal drie politieke termijnen van vier jaar

Bedreigingen

  • Gebrek aan financiële kennis.

  • Systeemfouten en bureaucratie.

  • Politieke tegenstand van machtsbeluste socialisten.

BALANS 23 kiest voor een toekomst waarin huizen weer van de bewoners zijn en alle gezinnen vermogen opbouwen en Nederland financieel sterker wordt.

Voorwoord

Mijn naam is Pieter de Klerk, de initiatiefnemer en lijsttrekker van de politieke partij BALANS23. Met dit deel van onze plannen wil ik u meenemen in een uitgewerkt plan dat we “De Woon-Bank” hebben genoemd. Ik begrijp dat u bij het horen van die naam misschien niet meteen weet wat u zich daarbij moet voorstellen. Daarom leg ik het stap voor stap uit: eerst in hoofdlijnen, daarna in detail. In dit schrijven en in toekomstige publicaties.

BALANS23 is ontstaan als een politieke denktank, opgebouwd uit ondernemers, waaronder mensen uit de vastgoedwereld, en anderen die met een frisse blik meedenken. Als het ons lukt om de komende weken voldoende ondersteuningsverklaringen te verzamelen, zullen wij meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober. Ons eerste doel daarbij is om kennis te delen waar alle inwoners van Nederland baat bij hebben. Steun ons en ga naar Balans23.nl voor meer uitleg over de ondersteuningsverklaringen.

Zelf kom ik uit een ondernemersfamilie. Mijn grootouders, ouders, ooms en ook mijn broer waren of zijn ondernemers. Financieel inzicht kreeg ik met de paplepel ingegoten en in mijn tientallen jaren als ondernemer heb ik die kennis verder mogen en kunnen ontwikkelen.

Mijn hele werkzame leven heb ik me verbaasd over het grote gebrek aan financiële kennis in onze maatschappij. Niet alleen bij burgers en werknemers, maar ook bij politici, beleidsmakers, bij de rechtspraak en de journalistiek. Dat gebrek heeft grote gevolgen, vaak negatief, voor talloze Nederlanders. Precies dát willen wij veranderen met onze plannen, waarvan “De Woon-Bank” er één is.

Het plan zelf is niet ingewikkeld, maar het bestaat uit een aantal kennisblokken die voor veel mensen nieuw zijn en daarom nu nog onbekend. Voor ondernemers of financieel deskundigen zijn de uitgangspunten eenvoudig te begrijpen, maar het probleem is dat er zelden écht diep over de samenhang is nagedacht. Dat hebben wij bij BALANS23 wel gedaan.

Pieter de Klerk
Lijsttrekker BALANS23

Het probleem


1.1 Structurele systeemfouten in Nederland

Nederland kent een aantal diepgewortelde systeemfouten die grote negatieve gevolgen hebben voor burgers. Een van de belangrijkste oorzaken is het ontbreken van langetermijnplanning door de overheid. Beleidsmakers handelen vaak ad hoc, zonder visie op de toekomst. Dit leidt ertoe dat we keer op keer worden “overvallen” door ontwikkelingen die volledig voorspelbaar zijn:

  • een nieuwe generatie jongeren die huisvesting nodig heeft,

  • een toenemend aantal ouderen dat geschikte woningen zoekt,

  • of de noodzaak voor uitbreiding van infrastructuur en voorzieningen.

Het ontbreken van doordachte meerjarenplannen zorgt ervoor dat de regering en samenleving steeds te laat reageren. Politici lijken verbaasd over de gevolgen van demografische trends, terwijl deze al tientallen jaren in cijfers zichtbaar zijn. Dit gebrek aan vooruitdenken is een teken van bestuurlijke incompetentie en leidt tot bijvoorbeeld woningnood, overvolle treinen, wegen, scholen en universiteiten, zorgtekorten en structurele onvrede onder burgers.

1.2 Demografie en de cirkel van het leven

De kern van dit probleem ligt in het negeren van iets heel eenvoudigs: de cirkel van het leven. Mensen worden geboren, groeien op, gaan studeren, zoeken een woning, stichten al dan niet een gezin, worden ouder en hebben (later) behoefte aan seniorenwoningen of zorgvoorzieningen. Dit patroon is al duizenden jaren hetzelfde en volledig voorspelbaar.

Voorbeeld: we weten nu hoeveel kinderen er in 2024 werden geboren. Dit betekent dat er voor 2044 voldoende woningen en studieplekken nodig zijn voor deze generatie, en dat er vanaf 2084 voldoende aanpasbare woon en/of zorgvoorzieningen moeten zijn, omdat zij ouder zijn geworden. Toch wordt hier niet structureel op gepland. Regeringen die dit negeren, handelen feitelijk onverantwoord en zijn ongeschikt.

1.3 Verkleining van huishoudens

Naast deze vaste patronen veranderen sommige maatschappelijke structuren langzaam. Huishoudens worden kleiner omdat er minder mensen samenwonen. Dit vraagt om andere woningtypen, maar ook dit is geen plotselinge ontwikkeling. Het is voorspelbaar en planbaar, mits men bereid is te kijken naar trends en statistieken.

1.4 Pensioengelden buiten Nederland

Een tweede systeemfout is het beheer van de pensioenreserves. Werknemers zijn wettelijk verplicht om een aanzienlijk deel van hun inkomen af te dragen aan pensioenfondsen. Deze fondsen beheren nu gezamenlijk ongeveer €1.800 miljard.

In plaats van dit kapitaal in te zetten voor de Nederlandse samenleving, bijvoorbeeld om woningen, scholen en infrastructuur te financieren, wordt het grootste gedeelte van dit geld in vooral buitenlandse obligaties en aandelen belegd. Dit betekent dat Nederlandse werknemers verplicht sparen, maar dat hun geld vooral elders economische groei en werkgelegenheid creëert, niet in ons eigen land. Deze situatie is alleen verdedigbaar wanneer Nederland volledig “af” zou zijn en geen investeringsbehoefte meer zou hebben. Dat is duidelijk niet het geval: er is juist een groot tekort aan woningen, scholen en andere voorzieningen. Dat geld moet dus eerst hier aan het werk worden gezet, en daarna pas in het buitenland, ook als het een procentje minder zou opbrengen. Als het wordt geïnvesteerd in huizen die de bewoners bezitten worden ze daar opgeteld echt veel rijker en beter van, dan een iets hoger pensioen wat ze toch niet helemaal krijgen uitgekeerd, dit in tegenstelling tot hun vermogen in hun eigen huis. 

1.5 Verborgen en verweesde vermogens

Een derde extreme systeemfout: verborgen en verweesde vermogens. Dit zijn bezittingen die NIET in handen zijn van:

1. de staat of andere overheden,

2. natuurlijke personen (burgers),

3. bedrijven met aandeelhouders.

Het gaat hier om vermogen ondergebracht in rechtspersonen zoals stichtingen, verenigingen en coöperaties zonder aandeelhouders. In tegenstelling tot bv’s of nv’s, waar aandeelhouders eigenaar zijn, ontbreekt hier een eigenaar van deze rechtspersoon volledig.

De woningcorporaties vormen een cruciaal onderdeel van dit probleem. Na de zogenaamde brutering zijn veel corporaties omgevormd tot stichtingen. Daarmee zijn hun bezittingen, inclusief miljoenen woningen, in feite verweesd geraakt: ze zijn niet meer van burgers of overheid, maar van een rechtspersoon zonder aandeelhouders. De omvang is enorm: meer dan €1.000 miljard aan bezittingen, waaronder circa 2,4 miljoen woningen, behoren feitelijk aan niemand toe. 

De gevolgen zijn ingrijpend:

• Bewoners betalen huur, maar bouwen geen eigen vermogen op. Daarnaast verdient niemand er aan.

• Huurprijzen stijgen continu, zonder perspectief op eigendom.

• Het vermogen kan niet als onderpand worden gebruikt door mensen voor investeringen, waardoor economische groei wordt geremd.

• Bestuurders profiteren financieel zonder risico te lopen, vaak via hoge salarissen.

Een duidelijk voorbeeld van verborgen en verweesd vermogen is Ymere. Uit het jaarverslag van Ymere uit 2024 blijkt dat Ymere 83.000 wooneenheden bezit, waarvan 72.000 zelfstandige woningen. Tellen we volgens de marktprijzen die Ymere aan deze woningen geeft op, dan komt het totaal op circa 18 miljard euro. De beleidswaarde daarentegen is veel lager: slechts ongeveer 8 miljard euro. Dat is een verschil van maar liefst 10 miljard euro. De beleidswaarde is zo laag omdat de woningen tegen sterk gesubsidieerde huren worden verhuurd, het is pure kapitaal- en vermogens vernietiging op extreem grote schaal.

Rekenvoorbeeld: 17,88 miljard euro gedeeld door 83.000 woningen geeft een gemiddelde marktwaarde in verhuurde staat van €215.500 per woning. Delen we de beleidswaarde van euro 8,23 miljard door 83.000, dan blijkt volgens het jaarverslag het gemiddelde huis minder dan €99.000 waard te zijn. Een extreem verschil, die het verborgen kapitaalverlies van circa 10 miljard euro duidelijk maakt.

Maar het probleem is nog veel groter, de werkelijke waarde van al het vastgoed van Ymere is niet de beleidswaarde, en ook niet de boekwaarde zoals te vinden is in het jaarverslag, maar de vrijemarktwaarden indien de mensen die er in wonen, ook de eigenaar zouden zijn. Dat scheelt nog eens circa tien miljard euro.

Kijken we naar de gevolgen voor de bewoners: stel dat zij 3% rente hadden betaald over de beleidswaarde, dan zou de maandlast ongeveer € 250 zijn geweest,  minder dan de helft van de huidige huur. Op basis van de marktwaarde opgegeven door Ymere in verhuurde staat zou dat € 537 zijn, nog steeds lager dan de gemiddelde huur van € 636 per maand. Waren de bewoners echter eigenaar geweest, dan zouden ze in 2024 gemiddeld bijna € 17.000 per huishouden rijker zijn geworden. Gaan we uit van de echte marktwaarde zou dit nog veel meer geweest zijn. Dit terwijl de topman van Ymere begin 2025 nog riep in de media dat Ymere € 20,- verlies per woning per maand maakt.

Nu gebeurt dat niet: de huur stijgt wel, maar de huurder bouwt geen vermogen op. En erger nog, het huurgeld dat wordt betaald komt terecht in een organisatie die geen eigenaar heeft: Ymere is van niemand.

Worden de woningen van Ymere echter gewaardeerd op de marktwaarde in de open markt, als je ze verkoopt bijvoorbeeld aan de bewoners zelf, dan krijg je echt een goed beeld van dit perverse systeem. De huurwoningen zijn niet groot, maar liggen wel op de duurste plaatsen in Nederland. We nemen 83.000 wooneenheden en die geven we de prijs van een gemiddeld Nederlands huis van zeg € 480.000,- in de tweede helft van 2025. Dan krijg je een bedrag van bijna 40 miljard euro! We kunnen er voor de zekerheid even 10 miljard euro aftrekken omdat er ook niet zelfstandige wooneenheden tussen zitten. De conclusie blijft hetzelfde, deze huizen staan dus voor vele miljarden te laag in de boeken.

Ymere laat zien hoe dit systeem werkt: enorme vermogens zitten vast in instellingen zonder eigenaar, terwijl de mensen die er wonen alleen maar hogere huren moeten betalen en nooit de financiële opbrengst zien.

Er zijn bij verborgen en verweesde vermogens drie zaken van belang:

  • Eigendom

  • zeggenschap

  • Vruchtgebruik

Ondernemers hebben alle drie. Er zijn echter mensen die niet de moeite nemen om zelf wat op te bouwen en die kunnen gaan voor zeggenschap en vruchtgebruik.

Denk aan een dictator, die niet het eigendom van een land krijgt, maar wel al de zeggenschap en daarmee het grootste vruchtgebruik.

BALANS 23 is tegen verborgen en verweesde vermogens die zijn opgebracht door de mensen, de samenleving en belastinggeld, waarbij er nu geen sprake is van eigendom door mensen. De enige uitzondering is de staat en andere overheden. Een stichting opgericht door rijke particulieren om zeg, kunst te bevorderen is een andere kwestie, want dat was privégeld.

We hebben gezien dat er bij de verborgen en verweesde vermogens in de woningcorporaties na het afstoten door het rijk, er direct sprake was van zeer grote misstanden. Er was sprake van misbruik, verspilling en meer ellende. Daarom kwam er een parlementaire onderzoekscommissie.

Omdat dit voorkomen moet worden, moeten deze verborgen en verweesde vermogens opgespoord en daarna ontsloten worden voor de mensen en de staat.



1.6 Vergelijking met socialistische systemen

Wanneer woningen en andere bezittingen niet in eigendom van burgers of bedrijven zijn, maar in stichtingen en verenigingen zonder aandeelhouders, ontstaat een situatie die vergelijkbaar is met socialistische of communistische systemen. Historisch gezien hebben dergelijke systemen geleid tot economische stagnatie, gebrek aan innovatie en in extreme gevallen zelfs humanitaire rampen met vele miljoenen doden.

In een moderne, complexe samenleving is het hebben van bezit door mensen essentieel. Bezit geeft zekerheid, schept onderpand en maakt het mogelijk om geld te creëren en de economie te laten groeien. Het ontbreken van eigendom, zoals nu bij miljoenen woningen, ondermijnt dit fundament, omdat zonder bezit als onderpand, er heel weinig geld kan worden gecreëerd. En zonder dat geld, kunnen we de samenleving niet uitbouwen.

1.7 Lonen blijven achter bij huizenprijzen

Een belangrijk structureel probleem is dat de stijging van de huizenprijzen nooit goed is meegenomen in officiële inflatiecijfers, de Consumentenprijsindex (CPI). Een huis consumeer je niet en dus zit die niet in de CPI. Ook zitten belastingen en zorgverzekeringen en andere zaken niet in de CPI. Helaas houdt het denken van te veel mensen over inflatie daarbij op. Ze spreken en schrijven DE inflatie, terwijl ze het over de CPI inflatie hebben, maar niet over de activa prijsinflatie, waaronder die van huizen, grond, grondstoffen en meer. 

Omdat cao’s, lonen en uitkeringen vaak alleen worden geïndexeerd op basis van de CPI, zijn de lonen en uitkeringen al tientallen jarenlang kunstmatig achtergebleven bij de gestegen kosten voor het leven. Terwijl de huizenprijzen explosief stegen, werden de lonen slechts beperkt aangepast. Hierdoor is er een steeds grotere kloof ontstaan tussen wat mensen verdienen en wat er nodig is om een huis te kunnen kopen of zelfs huren.
Daarbovenop zijn in meerdere crisissituaties, zoals tijdens en na de financiële crisis en de coronaperiode, de lonen vaak bevroren of nauwelijks reëel verhoogd. Dit heeft de achterstand alleen maar verder vergroot. Het gevolg is dat grote groepen Nederlanders structureel inkomen tekort komen en dat een eigen woning voor steeds meer huishoudens onbereikbaar is geworden, zeker voor eenverdieners.

Voorbeeld: de CPI-inflatie bedroeg de afgelopen 55 jaar gemiddeld ca. 3,3% per jaar. De inflatie van de huizenprijzen was echter 5,72% per jaar. Gevolg: eerst kon een eenverdiener een gezin onderhouden en een huis kopen, daarna waren er tweeverdieners nodig, en nu redden zelfs tweeverdieners het vaak alleen met hulp van vermogende ouders. De kloof tussen de levenskosten en de inkomensgroei is door het verkeerde beleid elk jaar structureel groter geworden. Elk jaar en dat meer dan 50 jaar lang zijn de woningprijzen 2,5% harder gestegen dan op de CPI gebaseerde loonstijgingen en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Natuurlijk gaat dat dan mis en denk eerst even na voordat je de schuld bijvoorbeeld geeft aan de hypotheekrenteaftrek.

Voor de kenner is het dan ook geen wonder dat steeds meer mensen vanuit hun te lage inkomsten geen huis meer kunnen kopen.

1.8 Huurders versus Kopers: woonlasten, toeslagen en vermogensopbouw

Waar bij mensen met een koophuis de maandlasten vaak gelijk blijven of zelfs dalen, stijgen bij huurders de lasten jaarlijks, meestal harder dan de inflatie (CPI). Omdat inkomens doorgaans alleen met de CPI meegroeien en niet met de LPI (LevensPrijsIndex), komen huurders hierdoor structureel financieel onder druk te staan.

Om dit deels te compenseren bestaat de huurtoeslag: een bijdrage van de overheid voor huurders met lage inkomens, gefinancierd uit belastinggeld die door alle belastingbetalers wordt opgebracht. Deze toeslag komt uiteindelijk terecht bij woningcorporaties, die geen menselijke eigenaar hebben.

Langjarige huurders in sociale woningen betalen gedurende hun leven vaak veel meer dan de oorspronkelijke bouwkosten en grondprijs van hun woning, zonder dat zij eigen vermogen opbouwen. De ontvangen huur en toeslagen worden onder meer besteed aan salarissen bij woningcorporaties, de bouw van nieuwe woningen (bijvoorbeeld voor statushouders), belastingen zoals vennootschapsbelasting en de voormalige verhuurdersheffing, en onderhoud en leefbaarheid in wijken.

Het contrast met koopwoningen is groot. Bij aankoop staat de koopprijs vast en blijft een eventuele lening gelijk, tenzij er wordt afgelost. Na verloop van tijd neemt bij aflossing de hypotheekschuld af en vervallen daarna de maandlasten volledig zodra de lening is afbetaald. Waar de woonlasten van huurders oneindig blijven stijgen, dalen die van kopers relatief ten opzichte van hun in de tijd stijgende inkomen en dat meestal vanaf het eerste jaar.

Hoewel kopers in de eerste jaren vaak hogere maandlasten hebben, draaien de rollen na verloop van tijd om. Op de lange termijn, bijvoorbeeld na 30 jaar, levert dit kopers een enorm financieel voordeel op: lagere lasten, meer vrij besteedbaar inkomen en de opbouw van eigen vermogen. Aan het einde van hun woonperiode bezitten kopers een hypotheekvrije woning die bij verkoop veel geld zal opleveren. Dit vermogen kan worden ingezet voor pensioen, aan andere uitgaven of doorgegeven worden aan de volgende generatie.

1.9 Geen Vermogen opbouwen via bedrijven

Voor werknemers wordt het structureel en vaker mogelijk gemaakt dat ook zij vermogen kunnen opbouwen door mede-aandeelhouder te worden en dus niet blijvend financieel achter te blijven ten opzichte van de aandeelhouders. Arbeid wordt dan mede-eigenaar van het kapitaal. Daarmee stijgt hun inkomen, zonder dat de lonen stijgen waardoor de concurrentiepositie met het buitenland niet wijzigt.

Bedrijven waarbij de medewerkers ook aandeelhouder zijn, zijn vaak betere bedrijven, maken betere producten en diensten, hebben blijere klanten, maken meer winst en zijn beter om voor te werken. Deze bedrijven zijn vaak ook meer geld waard, de andere aandeelhouders die geen werknemers zijn, gaan er ook op vooruit. Het is meestal een win-win-win situatie.

Als er meer besteedbaar inkomen komt bij de mensen in Nederland, dan groeit de economie en hebben de mensen ook meer geld te besteden bij de bedrijven. En kunnen ze meer belastingen betalen en daalt de staatsschuld ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp).

Echter, als werknemer mede-aandeelhouder worden van een bedrijf is nagenoeg onmogelijk gemaakt. Dat is bewust beleid gemaakt door en ter bescherming van de bezittende en bepaalde klasse, een grote fout.

Dat blijkt onder andere uit de volgende feiten:

  1. Een bedrijf naar de beurs brengen om aandelen te verhandelen is vrijwel onmogelijk. Het is veel te complex, er is te veel wet- en regelgeving en het is veel te duur en kost heel veel tijd. Daardoor zien veel bedrijven daarvan af. Deze regels komen voort uit misstanden uit het verleden, maar de huidige schade voor maatschappij en werknemers is groter dan de schade die ermee wordt voorkomen. Voor veel politici en ambtenaren is het feit dat er niets mis kan gaan voldoende, maar voor werknemers en de maatschappij niet. Daar groeien de verschillen tussen rijk en arm alleen maar verder.

  2. De meeste bedrijven zijn niet beursgenoteerd. Ook daar is het verkopen van aandelen te complex en te duur. Overdracht moet via een notariële akte, wat hoge kosten en veel tijd met zich meebrengt.

  3. Ook fiscaal is het complex: aandelen en aandelenopties moeten bij de Belastingdienst worden opgegeven en afgerekend.

Kortom: in Nederland is het nu zo ingericht dat het voor werknemers en werkgevers extreem lastig is om werknemers aandeelhouder te maken. Daarmee wordt hen de gelegenheid ontnomen om vermogen op te bouwen. Dat is bewust en zeer schadelijk beleid ten nadele van werknemers.

De vakbonden, de links georiënteerde politici en de pers falen hierin al jaren bijna volledig. Zij doen nagenoeg geen enkele poging om het voor de werkende medemens makkelijker te maken om aandeelhouder te worden. Zij zeggen enkel dat prijzen omlaag moeten en dat geld van rijk naar arm moet gaan.

Intussen profiteren aandeelhouders en kapitaalbezitters juist van inflatie:

  • zij verhogen de prijzen, maken meer winst en krijgen een groter deel van de verdiensten in handen;

  • hun bezit stijgt in waarde terwijl hun schulden (relatief) dalen;

  • overheden profiteren ook, omdat het BBP nominaal stijgt en de staatsschuld in verhouding daalt.

Waarom zegt bijna niemand dit?

  • Bestuurders van verborgen en verweesde vermogens hebben er geen belang bij, die zwijgen,

  • werknemers begrijpen vaak niet goed wat er speelt en worden jaar na jaar relatief armer,

  • journalisten missen helaas te vaak het inzicht in de samenhang en de rol van tijd bij deze onderwerpen,

  • in de politiek worden juist oud-politici vaak bestuurders van organisaties zoals Aedes, terwijl deze partijen zeggen op te komen voor de werkende en armere mensen.

Het echte probleem is niet dat de rijken rijk zijn, maar dat de arme(re) mensen te arm zijn om een fijn leven te kunnen hebben. Juist dat laatste wil BALANS23 veranderen.

1.10 Conclusie probleemstelling. 

Samengevat bestaan de belangrijkste problemen uit:

• Het ontbreken van structurele langetermijnplanningen door de overheid.

• Pensioenkapitaal dat voornamelijk in het buitenland wordt belegd in plaats van in Nederland.

• Verborgen en verweesde vermogens ter waarde van meer dan €1.000 miljard, waaronder miljoenen woningen zonder eigenaar.

• Een woningmarkt die structureel ongelijk en inefficiënt is, met stijgende lasten en gebrek aan eigenaarschap en vermogensopbouw voor huurders.

• Deze systeemfouten maken dat te veel Nederlanders hun hele leven huur betalen zonder iets op te bouwen, terwijl kapitaal en vermogen buiten hun bereik blijven en waar niemand echt aan verdient buiten de bestuurders om dan. 

De oplossing

2.1 Fundament van de oplossing

BALANS23 stelt dat de kern van dit probleem ligt in het ontbreken van plannen, eigenaarschap en het verkeerd inzetten van vermogen. De oplossing is daarom om:

1. Verborgen en verweesde vermogens terug te brengen naar de samenleving, te weten de staat en de burgers. Het betreft circa 1.000 miljard euro en dat is meer dan 100.000,-  euro per huishouden.

2. Huurwoningen die feitelijk van niemand zijn, te verkopen aan de bewoners.

3. Dit proces te structureren via een nationale financiële instelling: De Woon-Bank.

4. Werken met rollende meerjarenplannen voor 1, 5, 10, 25, 50 en 100 jaar.

Het doel is een samenleving waarin burgers fijn kunnen leven in voldoende eigen woningen en vermogen opbouwen. Woonlasten worden voorspelbaar, beheersbaar en relatief dalen in de tijd. Kapitaal dat binnen Nederland beschikbaar blijft voor de financiering van nieuwe woningen, infrastructuur en onze samenleving.

2.2 Hervorming van woningcorporaties

Stap 1 – Nationalisatie en voorbereiding

• Het volledige eigendom van woningcorporaties wordt geïnventariseerd en er vindt een juridische en financiële overdracht naar de staat plaats. Dit is gerechtvaardigd omdat de woningen met publieke middelen zijn gefinancierd.

• Aandeelhouders worden niet benadeeld, want die zijn er niet. Schuldeisers, zoals de Waterschapsbank en de Bank Nederlandse Gemeenten, worden volledig betaald (in geld of in aandelen).

• Formele oprichting van De Woon-Bank.

Stap 2 – Opsplitsing en structuurvorming

• Na nationalisatie worden de corporaties opgesplitst in drie functionele onderdelen:

1. Ontwikkelafdelingen voor nieuwbouw,

2. Onderhoudsafdelingen voor dienstverlening aan bewoners,

3. Eigendom-/bankafdelingen voor beheer van de woningvoorraad en de financiële stromen.

• De eigendoms- en bankdelen worden samengebracht in De Woon-Bank, die fungeert als centrale staatsdeelneming.

Stap 3 – Start verkoop en financiering

• Gefaseerde verkoop van corporatiewoningen aan bewoners.

• Introductie van Woon-Bank-hypotheken met beschermingsconstructies en kortingen.

• Bundeling van hypotheken om kapitaal vrij te maken; dit vormt de financiële basis voor de bouw van nieuwe woningen.

Stap 4 – Uitrol nieuwbouw 

• Vrijgemaakt kapitaal wordt ingezet voor grootschalige nieuwbouw, in samenwerking met bouwbedrijven en de ontwikkelafdelingen.

• Onderhoudsafdelingen blijven beschikbaar voor woningkopers en huurders, zonder gedwongen winkelnering.

Stap 5 - volwassen fase

• De Woon-Bank ontwikkelt zich tot een stabiele staatsdeelneming met andere aandeelhouders en centrale speler in het volkshuisvestingsbeleid.

• De hypotheekportefeuille vormt een sterke kapitaalbasis om structureel geld op te halen voor nieuwbouw.

• Continu proces van verkoop, doorstroming en nieuwbouw.

2.3 Kernfunctie van De Woon-Bank

De Woon-Bank vervult een dubbelrol:

1. Beheer en verkoop van bestaande corporatiewoningen

• De 2,4 miljoen woningen in bezit van corporaties worden niet langer verhuurd, maar gefaseerd ter verkoop aangeboden aan de bewoners.

• Financiering verloopt via hypothecaire leningen verstrekt door de Woon-Bank, of andere bank, bijvoorbeeld bij scheefwoners.

• Bewoners krijgen korting bij aankoop indien zij al lang huren of de woning in mindere staat verkeert.

• Anti-speculatiebedingen zorgen ervoor dat woningen niet snel even worden doorverkocht voor winst, maar als een thuis behouden blijven. Grote investeerders zoals private equity houden we buiten de deur. Misbruik van (en door) de Woon-Bank wordt hard afgestraft.

• Er geldt een maximum van één woning per huishouden (twee in geval van scheiding).

2 Financieel motorblok voor de samenleving

• Door de verkoop van woningen ontstaan hypothecaire leningen met stevig onderpand.

• Deze leningenportefeuille kan worden gebruikt om kapitaal op te halen, bijvoorbeeld door bundeling en verkoop van leningen.

• Het opgehaalde kapitaal wordt ingezet voor de bouw van nieuwe woningen, infrastructuur en verlaging van de staatsschuld of belastingen. Ook de nieuw te bouwen woningen worden voor het grootste deel verkocht aan de bewoners. De opbrengst daarvan gaat terug naar de staat waardoor belastingen omlaag kunnen en de staatsschuld ook nog eens kan dalen.

2.4 Financiële logica

Een rekenvoorbeeld toont de kracht van dit systeem:

• Stel dat 2 miljoen woningen worden verkocht voor gemiddeld €300.000 per woning.

• Dit genereert een opbrengst van minimaal €600 miljard.

• De Woon-Bank bezit dan minimaal €600 miljard aan leningen met solide onderpand (de woningen).

Met dit vermogen kan Nederland:

• direct investeren in de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, dit kost circa €400 miljard,

• de uitstaande schulden van de woningcorporaties van circa 100 miljard terugbetalen aan de BNG en DWB,

• deel van de staatsschuld aflossen,

• of belastingen verlagen.

Het verschil met de kredietcrisis (2008) is essentieel. Toen werden leningen in Amerika verstrekt aan mensen zonder inkomen, werk of bezittingen, (no income, no job, no assets, de zogenaamde Ninja-leningen). De leningen van de Woon-Bank worden juist verstrekt aan huurders die vaak al decennialang aantoonbaar hun lasten betalen. De zekerheid is daardoor vele malen groter.

2.5 Sociaal-economische voordelen

Voor bewoners:

• Overstap van eindeloze en stijgende huurbetalingen naar hypotheekaflossing.

• Opbouw van eigen vermogen, dat kan worden doorgegeven aan volgende generaties.

• Stabiele woonlasten: een hypotheek wordt afgelost en eindigt, terwijl huur onbeperkt stijgt. Hierdoor stijgt het besteedbare inkomen in de tijd zoals bij de huiseigenaren.

Voor de samenleving:

• Kapitaal blijft binnen Nederland in plaats van weg te vloeien naar het buitenland.

• Een sterke basis voor nieuwe investeringen in huizen, scholen, zorg en infrastructuur.

• Vermindering van ongelijkheid: meer Nederlanders worden eigenaar in plaats van huurder en bouwen zo vermogen op en vergroten hun besteedbaar inkomen.

• De huurtoeslagkosten voor de staat en de belastingbetalers, gaan fors dalen.

Voor de economie:

• Meer bezit in handen van burgers betekent meer vermogen en meer onderpand voor leningen en dus een sterkere financiële positie.

• De Woon-Bank fungeert als motor voor groei en stabiliteit.

Positieve sociale gevolgen;

• Leefbaarheid van de wijk neemt toe,

• Meer sociale controle,

• Veiligheid neemt toe in de wijk,

• Uitstraling van de wijk verbetert,

• Hoger woongenot van de bewoners.

2.6 Internationale voorbeelden

Een vaak genoemd voorbeeld is Singapore. Daar is grond schaars en zijn de bouwkosten hoog. Toch is ruim 90% van de bevolking eigenaar van een eigen woning. Dit wordt bereikt door:

• een strakke regie van de overheid,

• duidelijke regels dat mensen slechts één woning mogen bezitten,

• en een eerlijke verdeling van nieuwbouwwoningen via lotingssystemen.

Dit laat zien dat een hoog percentage woningbezit ook in dichtbevolkte landen mogelijk is, mits er visie en regie zijn.

2.7 Ontkrachting van tegenargumenten

Tegenstanders van dit plan zijn vooral de huidige bestuurders en belangenorganisaties, zoals de vereniging van woningcorporaties (Aedes). Hun tegenwerpingen zijn voorspelbaar:

• “Sociale huur is sociaal” → in werkelijkheid bouwen huurders geen vermogen op en betalen ze op de lange termijn echt veel meer dan bij koop.

• “Mensen kunnen geen koopwoning betalen” → huurders bewijzen al decennialang dat zij in staat zijn hoge maandlasten te dragen. Al de kosten inclusief de rente en aflossingen van een woningcorporatie worden gewoon betaald door de huurders. Daar bovenop betalen de huidige huurders ook nog eens voor de nieuwbouw van huizen voor nieuwe huurders, het is een krom systeem.

• “Verkoop betekent dat er geen woningen meer beschikbaar zijn voor anderen” → door doorstroming en nieuwbouw komen juist meer woningen vrij. Eigenaarschap heeft niets te maken met het aantal woningen. Er moet gepland worden zodat er voldoende woningen zijn voor de vraag die er naar is. 

• “Bewoners kunnen hun woning niet onderhouden” → onderzoek en praktijk tonen aan dat eigenaren doorgaans beter voor hun woning zorgen dan huurders.

Feiten en cijfers tonen aan dat deze tegenargumenten niet houdbaar zijn.

2.8  Geen volgende pech generatie en de hypotheekrenteaftrek

BALANS23 wil dat iedereen die dat wil in een koopwoning kan wonen. Dat betekent dat de “sociale” huursector voor een groot deel de sociale koopsector wordt en dat ook deze mensen van de hypotheekrenteaftrek gebruik kunnen gaan maken. 

Er is veel onvrede over deze regeling, omdat deze vaak als oneerlijk wordt ervaren in de vergelijking tussen kopers en huurders. BALANS23 is echter van mening dat afschaffen van deze regeling geen optie is.

Het toewijzen van het stijgen van de huizenprijzen aan de hypotheekrenteaftrek is totale onzin. De Hypotheekrenteaftrek is overigens een wet van eind 1800. 

Als we kijken naar de cijfers vanaf 1975 bijvoorbeeld, dan zien we dat rond 1980 er veel meer gebouwd wordt dan er mensen bij kwamen en de prijzen dus gemiddeld relatief daalden. Vanaf 1995 zien we het aantal nieuwe woningen afnemen en het aantal nieuwe inwoners ook, maar het aantal nieuwe woningen loopt wel achter op het aantal inwoners en begint de prijs te stabiliseren. Daarna zien we een toename in de prijs omdat eind jaren 90 ook het partnerinkomen meegenomen kan worden in de hypothecaire lening verstrekkingen. In 2010 begon de kredietcrisis door te werken. Na 2015 zien we enorme toename in bevolking, maar het aantal gebouwde huizen blijft sterk achter, die groeit maar met een factor van 0.6 op het aantal nieuwe inwoners. Dan zien we dus ook dat de huizenprijzen net zo hard stijgen als de bevolking.

Een nieuwbouwwoning bouwen kost tegenwoordig veel geld: grond, arbeid, bouwmaterialen en vergunningen zijn duur. Er is geen ontwikkelaar die huizen met verlies gaat bouwen. Zonder hypotheekrenteaftrek lukt het vaak niet om deze huizen te kunnen kopen. Dat geldt ook voor huurders die via de Woon-Bank hun huurwoning willen kopen. Het zou oneerlijk zijn om de mensen jarenlang huur te laten betalen en de regeling precies af te schaffen wanneer ze de kans krijgen hun huis te kopen. De overheid moet betrouwbaar zijn, blijven en eerlijk handelen.

Historisch gezien maakten grote woningbouwprojecten en staatssteun (de premie A, B, C en D woningen) het mogelijk dat veel huishoudens vermogen konden gaan opbouwen en jarenlang voor stabiele kosten konden wonen. Het huidige systeem met sociale huurwoningen biedt die zekerheid niet en zal leiden tot een nog grotere kloof tussen jongeren met financiële ondersteuning van ouders en jongeren zonder vermogen van hun ouders.

BALANS23 streeft ernaar te voorkomen dat er een nieuwe generatie ontstaat die financieel wordt beperkt, bijvoorbeeld door andere regels dan eerdere generaties. Dit vergt vaak financiële ondersteuning. Dit wil BALANS23 in dit plan doen door onder andere: 

• Net zoals kopers sinds het einde van de 19e eeuw gebruikmaken van hypotheekrenteaftrek, kan dit jonge huishoudens helpen om de stap naar eigendom te maken.

• In de eerste jaren kan het inkomen van starters te laag zijn om direct te gaan aflossen. Daarom wordt daar later mee begonnen, totdat het inkomen voldoende is gestegen. Aflossing begint pas wanneer de financiële draagkracht dat toelaat, bijvoorbeeld na tien jaar.

• Via de Woon-Bank krijgen mensen ook toegang tot maatwerk leningen met lagere rentes. Mochten mensen door baanverlies of ziekte tijdelijk hun lasten niet kunnen dragen, komt er een systeem van hypotheekrente-toeslag, vergelijkbaar met de huidige huurtoeslag. Dit voorkomt dat gezinnen hun woning verliezen door tijdelijke tegenslagen, wat maatschappelijk veel hogere kosten met zich meebrengt.

In Nederland zit er zeer, zeer veel bezit en dus geld in allerlei verborgen en verweesde vermogens. De woningcorporaties zijn maar een voorbeeld, er zijn er veel meer. In volgende onderdelen van ons verkiezingsprogramma gaan we daar dieper op in. Er is meer dan genoeg geld en vermogen beschikbaar om de grote problemen in het land, die met geld en vermogen zijn op te lossen, ook daadwerkelijk snel op te lossen.

Maar dan moet er wel een politieke partij de kans krijgen om uit te leggen hoe het zit en wat er moet gebeuren, wij hopen dat BALANS23 die kans krijgt.

2.9 Geen CPI maar LPI

BALANS23 wil de CPI, Consumentenprijsindex, voor de compensatie van de lonen en uitkeringen vervangen door de LPI: de Levensprijsindex. Hierin worden wél alle kosten meegenomen die gezinnen werkelijk (willen) maken: stijgende huizenprijzen, belastingen, ziektekosten, nieuwe diensten zoals een mobiele telefoon en streaming diensten en andere lasten en kosten. Hierdoor stijgen lonen en uitkeringen eerlijker mee met de werkelijke levenskosten prijsstijgingen. 

De werknemers worden jaar op jaar voor de gek gehouden. Dat is vaak niet bewust gedaan door de werkgevers, want ook zij gaan uit van de verkeerde en veel te lage inflatiecijfers van de kosten van het leven.

Dat kan en moet beter, daarom stelt BALANS23 voor om de CPI te vervangen door de LPI.

2.10 Vermogen opbouwen via bedrijven:

In combinatie met het recht om een eigen woning te kopen, bijvoorbeeld via de Woon-Bank en eenvoudigere mogelijkheden voor werknemers en zzp’ers om vermogen op te bouwen (bijvoorbeeld via aandelen of ondernemerschap), wordt structureel en vaker mogelijk gemaakt dat grote groepen Nederlanders ook daar vermogen kunnen opbouwen en dus niet blijvend financieel achterblijven. 

Ook daarmee wordt de kloof tussen arm(er) en rijk(er) veel minder, omdat de arme(re) mensen fors rijker worden, zonder dat de rijke(re) minder rijk worden door herverdeling.

Wij heten niet voor niets BALANS. Indien wij de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen, dan kan je beter miljoenen werknemers hebben die mede-aandeelhouder zijn geworden in een beter toegankelijk systeem en zo ook vermogen kunnen opbouwen en hun inkomen uit kapitaal kunnen vergroten, met tegelijk daarbij wat financiële “ongelukken”, dan alles onmogelijk maken om op die wijze al de ongelukken te voorkomen. 

Een belangrijke stap is het eenvoudiger en goedkoper maken van aandelenoverdracht. Wij kijken daarvoor naar de automarkt:

Auto’s kunnen honderdduizenden euro’s kosten, moeten verzekerd zijn en geregistreerd op naam (voor boetes en ongelukken).Toch kost tenaamstelling bij de RDW slechts €13,10 (en voor bedrijven ca. €8). Dit kan online en direct.

Vergelijk dat met aandelen: 10 aandelen van €10 overdragen kost al gauw €1.000 aan tijd en notariskosten, een totaal onwerkbare situatie. Daarom gebeurt het bijna niet.

BALANS wil dat aandelenoverdracht net zo eenvoudig en goedkoop wordt als het overschrijven van een auto bij de RDW. Daarmee wordt het voor werknemers veel toegankelijker om mede-aandeelhouder te worden en daadwerkelijk vermogen op te bouwen.


2.11 Conclusie oplossingen:

De Woon-Bank is de sleutel tot een fundamentele hervorming van de (verhuur) woningmarkt. Door woningcorporaties te nationaliseren, hun bezit onder te brengen in een nationale bank en woningen te verkopen aan de bewoners, ontstaat een eerlijk, stabiel en toekomstbestendig stelsel. Het plan creëert vermogen voor burgers, kapitaal voor de staat en zekerheid voor de economie. Het eigendom komt terug waar het hoort: bij de mensen. 

Er komt ook nog eens vele honderden miljarden aan vermogen en geld vrij waarmee de benodigde 1 miljoen nieuwe huizen kunnen worden betaald, dus zonder dat de burgers en de bedrijven dat moeten betalen door hogere belastingen, of het laten oplopen van de staatsschuld.

De Woon-Bank maakt het mogelijk om van huurder eigenaar te worden. De hypotheekrenteaftrek moet blijven bestaan en wordt ook toegankelijk gemaakt voor nieuwe kopers. Met de introductie van de LPI worden lonen en uitkeringen eindelijk gekoppeld aan de werkelijke stijging van de kosten van het leven.

Dit leidt tot:

• een eerlijkere verdeling van kansen,

• een sterke toename van eigen woningbezit,

• meer mogelijkheden en financiering voor vermogensopbouw,

• structureel hogere koopkracht voor alle Nederlanders.

Met dit totaalpakket kan Nederland in twee tot drie politieke termijnen van ieder vier jaar een omslag maken: van een land waar miljoenen mensen financieel vastlopen en bewust afhankelijk zijn gemaakt van de overheid, naar een samenleving waarin brede welvaart, woningbezit en toekomstzekerheid bereikbaar zijn voor iedereen die dat wil.

Hoe gaan we dit doen

3.1 Principes van uitvoering

De hervorming van de woningmarkt door de oprichting van De Woon-Bank kan alleen slagen met een heldere aanpak. BALANS23 hanteert daarbij drie leidende principes:

1. Transparantie: alle cijfers, contracten en stappen worden openbaar gedeeld, zodat iedere burger kan volgen hoe het vermogen wordt beheerd.

2. Rechtvaardigheid: woningen worden eerlijk verdeeld, verkocht en gefinancierd, zonder speculatie en zonder voorkeursbehandelingen.

3. Stapsgewijze invoering: veranderingen worden in fases uitgevoerd, zodat er rust en stabiliteit is op de woningmarkt.

3.2 Wetgeving en politieke stappen

Voor de uitvoering zijn verschillende wetswijzigingen en nieuwe kaders nodig:

• Nationalisatiewet woningcorporaties: waarmee het volledige bezit van corporaties wordt overgedragen aan de staat.

• Oprichtingswet De Woon-Bank: waarin de taken, bevoegdheden en structuur van de nieuwe bank wettelijk worden vastgelegd.

• Hypotheekwetgeving: waarin de specifieke voorwaarden voor Woon-Bank-hypotheken worden vastgelegd, inclusief anti-speculatiebedingen, kortingsregelingen en het maximumaantal van woningen in bezit.

• Transitiewetgeving: die regelt hoe bestaande huurcontracten gefaseerd worden omgezet naar koopconstructies.

BALANS23 streeft ernaar dit wetgevend pakket zo snel mogelijk in te dienen zodra de partij een parlementaire positie heeft.

3.3 Organisatie van De Woon-Bank

De Woon-Bank wordt opgezet, eerst als staatsdeelneming met een directie en strenge controlemechanismen. Waarna aandelen verkocht worden om kapitaal op te halen voor de staat, waarbij de zeggenschap wel bij de staat blijft.

Bestuurlijke inrichting:

• Raad van Bestuur en raad van commissarissen zijn verantwoordelijk voor dagelijkse leiding, met specialisten in vastgoed, bankwezen en het besturen van grote organisaties.

• Raad van Toezicht bestaat uit burgers en financiële experts.

• Publiek Dashboard  een online omgeving waar alle cijfers, transacties en besluiten direct zichtbaar zijn voor burgers.

Financiële inrichting:

• Startkapitaal komt uit de overname van corporatiebezit.

• Hypotheekleningen die via de Woon-Bank worden uitgegeven, genereren stabiele inkomsten.

• Eventuele overwinsten worden niet uitgekeerd, maar ingezet voor woningbouw en maatschappelijke investeringen.

3.4 Communicatie en betrokkenheid burgers

Een plan van deze omvang kan alleen slagen als burgers begrijpen en vertrouwen wat er gebeurt. Daarom voorziet BALANS23 een groot communicatietraject door de overheid:

• Lokale informatiebijeenkomsten, in gemeenten en wijken door heel Nederland om bewoners te informeren over hun rechten en kansen.

• Digitale uitleg, via een landelijke website en apps waar huurders kunnen zien wat hun woning waard is, welke korting zij krijgen en hoe de financiering via de Woon-Bank werkt.

• Burgerparticipatie, via een meldpunt waar bewoners vragen kunnen stellen, zorgen kunnen delen en suggesties kunnen doen en meebeslissen.

3.5 Internationale en nationale checks

Het plan wordt voortdurend getoetst aan:

• Internationale verdragen en EU-regels zodat Nederland niet in strijd handelt met Europese wetgeving.

• Ook zal gehandeld worden binnen de regels rondom staatssteun voor een zo'n klein mogelijk effect op de marktverstoring. Marktverstoring is echter juist toe te juichen op het moment dat ACM heeft vastgesteld dat er een rentekartel bestaat en dat Nederlanders in vergelijking met het buitenland te veel betalen voor hun leningen. De Woon-Bank kan de andere banken dwingen tot een eerlijke rente.

• Maatschappelijke effectmetingen, jaarlijks wordt berekend hoeveel vermogen burgers hebben opgebouwd, hoeveel nieuwe woningen zijn gerealiseerd en hoeveel kapitaal is teruggevloeid naar de samenleving.

3.6 Politieke en maatschappelijke weerstand

BALANS23 is zich ervan bewust dat dit plan weerstand oproept bij bestaande belanghebbenden:

• woningcorporaties,

• koepelorganisatie Aedes,

• bepaalde personen die huurders liever afhankelijk houden van huurconstructies.

Deze weerstand is te verklaren: hun macht en inkomsten staan onder druk. BALANS23 kiest er echter voor het publieke belang zwaarder te laten wegen dan het belang van instellingen.

3.7 Conclusie implementatie

De realisatie van De Woon-Bank is een omvangrijk, maar haalbaar project. Het vraagt begrip van de economie, waaronder de kracht en gevolgen van inflatie en het verlopen van de tijd, politieke moed, wettelijke hervormingen en organisatorische discipline. Door stapsgewijs te werken, burgers actief te betrekken en volledige transparantie te bieden, kan Nederland binnen tien jaar een woningmarkt hebben die eerlijk, stabiel en toekomstbestendig is. Waarbij al die nieuwe huishoudens die dat willen door middel van een koophuis, op termijn ook steenrijk worden.

Slotnoot

Dit is het eerste deel van ons verkiezingsprogramma, aan de volgende delen wordt gewerkt. Wilt u meer weten, blijf ons dan volgen en schrijf u in voor onze nieuwsbrief op www.BALANS23.nl 

BALANS23 bevordert het delen van kennis, ook over woningvraagstukken. Stuur dit stuk dus vooral door naar andere mensen.

In de kernwaarden van BALANS23 staat: onze belangrijkste levensopdracht is het doorgeven van leven aan volgende generaties en alles wat dat ondersteunt en omringt. Daaronder vallen natuurlijk ook al onze huizen, de huizen moeten ook van generatie op generatie overgaan. En niet zijn van stichtingen zonder eigenaar.

Daarnaast is er geen tijd te verliezen bij het bouwen van nieuwe woningen. Jongeren moeten nu noodgedwongen veel langer thuis blijven wonen en kunnen vaak pas op veel latere leeftijd een gezin stichten. Terwijl het vaak beter is om hiermee in je twintiger- of vroege dertigerjaren bezig te zijn, dan pas op latere leeftijd, eind dertig of daarna.

De overheid moet ervoor zorgen dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor mensen die kinderen willen en voor mensen die dat niet willen.

BALANS23 wil dat mogelijk maken en heeft wel een plan hoe dit betaald kan gaan worden, zonder hogere belastingen of het laten oplopen van de staatsschuld. In dit plan ook de mogelijkheid voor 3 miljoen nieuwe huishoudens die op termijn ook steenrijk kunnen gaan worden.

Wij hebben uw steun nodig in de vorm van ondersteuningsverklaringen en daarna genoeg stemmen. Om dat te bereiken is natuurlijk aandacht van de pers en de kiezers noodzakelijk. Ondersteun ons: stuur dit document dus vooral door, ga naar de site, schrijf je in voor de nieuwsbrief, de kandidatenlijst, als toekomstig lid op het moment dat het technisch kan, en/of doneer wat je kunt missen. Onze dank alvast!

BALANS23

Pieter de Klerk



Volgende
Volgende

Voor Werknemer | Arbeid & inkomen